|
Het praktijkonderwijs is een richting in het voortgezet onderwijs.
De leerlingen krijgen een groot aantal praktische vakken, waaronder verzorging, koken, metaal, hout, werken in de tuin en branchegerichte cursussen. De bij deze vakken aangeleerde vaardigheden worden getraind in diverse didactische werkvormen en arbeidstraining.
Verder krijgen de leerlingen aangepaste basisvorming waarin de vakken Nederlandse taal, rekenen/wiskunde, praktische arbeids- en loopbaanoriëntatie, maatschappelijke en culturele oriëntatie, informatiekunde en lichamelijke opvoeding.
Vanaf het midden van de schoolloopbaan gaat een leerling zich oriënteren op de stage.
Vanaf de klassen 3 kunnen de leerlingen één van de volgende modules kiezen:
• Schoonmaak in de groothuishouding
• Groen
• Lassen
• Detailmedewerker />
• Horeca-medewerker
|
|
|
In de klassen 4 kunnen de leerlingen het Trekkerrijbewijs, het Heftruckrijbewijs en het VCA certificaat halen.
Praktijkonderwijs is voor de meeste leerlingen eindonderwijs. De leerlingen worden daarom voorbereid op het uitoefenen van eenvoudige werkzaamheden op de arbeidsmarkt en krijgen de mogelijkheid om via stages in de praktijk te leren. Daarnaast wordt veel aandacht besteed aan zelfstandig werken, wonen en een zinvolle
vrijetijdsbesteding. Het praktijkonderwijs eindigt in het schooljaar waarin de leerling 18 jaar wordt.
Kenmerken van het praktijkonderwijs
• Les in kleinere groepen.
• Uitdagend onderwijs.
• Leren door zelf te doen.
• Ontwikkeling via stages (in de praktijk).
• Actief en zelfstandig bezig zijn.
• Vergroting van welzijn van de leerlingen op school en in de maatschappij.
|
|